De Gebr. van Dort hadden reeds begin 20e eeuw een flinke handel in een diversiteit aan schelpdieren. Zij hadden zelfs al een filiaal in de Hertogstraat in Nijmegen. In het bedrijf handelden zij in ansjovis, oesters ( kwekerij in Tholen), mosselen en meer zilte producten. Deze werden verpakt in Keulse potten van 30 liter( een zogenaamd Anker) , tubes (vispastei) en glazen potten. De vis werd voornamelijk door henzelf gevangen en zij maakten daarvoor gebruik van Thoolse Hoogaarsen.
De BZ 31 eigendom van C J van Dort( fam. archief)
Toen de oestercultuur werd getroffen door verontreinigd zeewater uit het Oosterscheldebekken was deze cultuur ten dode opgeschreven. De Gebr. van Dort hadden goed naar de Engelsen gekeken en hadden zodoende snel een oplossing en een Nederlandse primeur. Zij bouwden de allereerste Nederlandse overdekte oesterput in 1930, die met een Engels patent, in meerdere stappen werd gefilterd. Daardoor ontstond er geen overvloeiing meer en bevroren de oesters in de winter ook niet meer. De oesterput en de daarbij behorende inpakkerij werden ingericht aan de Havendijk.
Na de WOII werd het bedrijf omgezet naar de n.v. Van Dort Conservenfabriek, waar veel jongere meisjes werkten als mosselpelster. In 1949 moest het bedrijf een tweede maal handelend optreden. Niet alleen de slipper( een slakkensoort) en de Schelpziekte, maar ook het rioolwater, dat uit de Bergse haven stroomde, dreigden deze cultuur opnieuw de nek om te draaien. De nieuwigheid in het bedrijf was de toepassing/manipulatie met warm water, die dus én de winterproblemen verhielp én de mogelijkheid schiep om kunstmatig oester-larven te kunnen kweken. In de komende jaren werd de nadruk gelegd op de oestercultuur en de kweek van kreeft,
In 1963 gooit een strenge winter behoorlijk wat roet in het eten waardoor de oesterteelt geheel instort. De heren van Dort, reeds op leeftijd, gaan niet opnieuw een bedrijf heroprichten. Ook de afsluiting van de Oosterschelde nodigt niet uit tot herinvesteringen. Zo wordt in 1970 het bedrijf opgekocht door Wylax uit Woudrichem. Alle gebouwen en personeel worden overgenomen en John van Dort wordt directeur van de Bergse vestiging.