De zusjes Nieuwlaat voor de winkel ca 1935 ( prive arch)
Helaas kon Jan niet op de boerderij van zijn ouders blijven, die was voor een oudere broer bestemd. In 1908 vertrok hij naar Bergen op Zoom en ging daar inwonen bij zijn oom Jan Mens in de Kettingstraat 22. Van hieruit werd eerst met een hondenkar( nog van oom Jan Mens), vervolgens met een ezelswagen en tenslotte met paard en wagen een flink klantenbestand opgebouwd met allerhande grutterswaren.
Jan N. kon je uittekenen met een hoed op, dat was zo’n beetje zijn handelsmerk. Ook in de wagen hield hij die op. ( Leuk verhaal: hij was bevriend met Christ Heijns, de smid van Kettingstraat nr 6. Eens zijn zij samen lopend naar Antwerpen gegaan en keerden vandaar met een ezel terug)
Er was toch al sprake van een winkel, nog voor hij getrouwd was met Anna Maria de Bruijn. Hij heeft haar ongetwijfeld tijdens de tochten met paard en wagen leren kennen in Steenbergen. Het was flink aanpoten, maar dat werd goed beloond, want de zaken gingen prima. Hij nam de winkel in de Kettingstraat 22 over van zijn oom. Zijn eerste wagen was geheel op maat gemaakt voor de handelswaar en was getooid met grote koperen lantaarns( Helaas geen afbeelding van). Toen Jans schoonzoon voor dienst naar NO Indië moest werd de grote wagen vervangen door een kleiner gerei, waarmee hij zijn klanten kon bedienen.
Volgens de overlevering bestond de huidige Kettingstraat 22 vroeger uit 2 panden, die door Jan werden gesloopt en geheel opnieuw werden opgebouwd tot het huidige huis. Na verloop van tijd kon hij ook pand nr 24 aankopen ( een pakhuis met grote zolder, waar hij zijn paard
en wagen kon stallen) en daarna pand nr 20, daar waar destijds Dook Franken, de bekende grossier in groente en fruit, woonde. Naast het pakhuis op nr 24 was nog een grote poort voor de bereikbaarheid achter de huizen. Dat was een forse ruimte en daar werd een nieuwe schuur gebouwd voor het gerijke. Het pand nr 24 werd verhuurd aan Willem Musters, de schilder, toen Jan stopte met de zaak in ca 1954.
Jan met zijn gerijke op zijn zondags.
Kettingstraat 22
De winkel werd ook regelmatig verbouwd, want de grote woonkeuken achter de winkel werd werkelijk voor alles gebruikt, zodat prive wel eens in de problemen kwam. Jans schoonzoon Jan Mangelaars, die getrouwd was met dochter Riet, ging na zijn diensttijd in N.O.Indië wat rondsnuffelen in de Zuidwesthoek en begon na overleg met Jan een eigen winkel in Hoogerheide aan de Burg. Moorstraat 35. Jan Mangelaars werd niet oud. Op 55 jarige leeftijd overleed hij. Jan Nieuwlaat heeft nog vele malen in deze winkel geholpen.
Een opsomming van kleine en grote kruidenierswinkels is helemaal onmogelijk. Dat zou zelfs een apart boekje kunnen opleveren, net als de slagers, bakkers etc…. Om toch een enkeling eruit te laten springen noemen wij Th. Boschman in de Blauwehandstraat. Hij was de eigenaar van de ijsfabriek, die ijsblokken maakte voor horeca en andere te koelen zaken. Ook nog de familie Roosenboom in de Wouwsestraat, de Ziezo in de Sint Josephstraat en van de grotere zaken natuurlijk Simon de Wit en Albert Heijn, die in 2020 al 100 jaar in Bergen op Zoom zat.
Blijft natuurlijk een behoorlijk aantal zaken, die min of meer specifiek enkele producten voerden zoals de zuivelhandelaren. Zij namen hun melk en melkproducten af van de Wouwsche melkfabriek of van de Vacca ( later Hollandia) aan het Geertruidaplein.
Zij trokken langs de straten met hun karren en later de “ijzeren hond” om de Nederlandse huisvrouw te voorzien van heerlijke verse melk. ( verder na fototekst).
De ijzeren hond van W Bruys uit de Minderbroederstraat met zoon Janus Bruijs op route ( arch Peter Talboom)..de namen zijn goed weergegeven, want met of zonder puntjes wilde nogal eens verwarring oproepen en door elkaar gebruikt worden.
Deze melkservice was trouwens ook wat de huisvrouwen wilden want in een krantenartikel in het Brabants Nieuwsblad van 26 januari 1968 werd door de sectie economisch onderzoek van de Amsterdamse Universiteit een onderzoek ingesteld. Dit op aanvraag van de Detailhandel van melk en melkproducten. Daaruit kwam naar voren dat de melkboer een graag geziene gast was op zaterdag en maandag. Dat daardoor de prijs ietwat hoger was bleek geen bezwaren op te leveren. Toch is deze service heel langzaam verdwenen mede door het feit dat ook de zuivelhandelaar een vrije zaterdag wilde voor zijn bezorgroute.