Pieter Adriaan Liefbroer is afkomstig uit Cortgene en is in 1891 getrouwd met de Bergse Mina Schot. Zij komen op 17 augustus 1901 voor de eerste keer naar Bergen op Zoom en hij begint aan de Zuidzijde Haven 13 ( C 60) een brandstoffenhandel. Het gaat niet helemaal volgens verwachting en hij vertrekt in mei 1906 terug naar Rotterdam om in februari 1907 toch weer terug in de stad te arriveren. Hij start een garage / annex brandstoffenhandel in de Moeregrebstraat v.a. ca 1908.
dv in Ierseke/Thoolse courant van 1901
De lijkwagen van ca 1913 met kenteken N-1809. (archief C Liefbroer)
Hij koopt in 1910, de brandstoffen-opslag van S. van der Vijgh aan de NZ Haven 48 ( D 24) en start daar na een korte verbouwing een brandstoffenhandel annex stalhouderij. Hij verzorgt daarnaast doop-, trouw- en begrafenisvervoer. Omdat de zaken floreren ėn omdat hij in 1918 een machtiging van het ministerie heeft gekregen om te rijden met auto’s; verkoopt hij de stalhouderij in 1919. Hij gaat zich geheel toeleggen op personenvervoer met auto’s. De te naamstelling is dan P A Liefbroer en zn en die wordt in 1922 Garage de Luxe.
Er wordt van alles aangepakt. Van postvervoer ( 1922) op het eiland Tholen tot veelbesproken autobusdiensten in BoZ en naar Antwerpen( v.a. 1924). Deze autobusdienst is vele jaren een twistappel geweest tussen zowel de ABT- tram-maatschappij, de provincie Noord-Brabant en Liefbroer zelf. Het betrof de vergunning, die door de Kroon was verleend voor de opzet van een busdienst naar Antwerpen. De ABT was het er niet mee eens omdat zij een tramverbinding hadden, die tot Putte liep en daar overging in de Lijn. De provincie voelde zich gepasseerd bij het verlenen van de vergunning en viel rijtijden en materiaal aan. Na diverse jaren “oorlog” werd er eindelijk in 1928 een bestand gesloten.
Ook waren er nog strubbelingen met de NS vanwege het parkeren op het Stationsplein en ook daar was een rechtszaak over. Tussen al deze perikelen door worden in 1928 (met bouwverg 1928-23) drie pandjes aan de haven gesloopt en er wordt een nieuw gebouw opgetrokken in Amsterdamse-school stijl door architect Jac Gieles. Het is echter geen rijks- of gemeente-monument. Ook komt er uitbreiding voor de opslag en verwerking van autobanden. Deze handel neemt een grote vlucht en er wordt voor ruimte uitgeweken naar de Antwerpsestraatweg 444, waar de oude busremise van busondernemer Steketee is vrij gekomen.
Er komt een nieuwe begrafenisonderneming in 1931 samen met P Snoek en in 1934 wordt zelfs een reisbureau opgericht. Dit reisbureau wordt in 1951 ondergebracht bij Woningbeheerder Maes aan de Van Dedemstraat.
In 1934 wordt zoon Cees de bewindvoerder. Pieter overlijdt in 1936. Zoon Cees wordt geconfronteerd met de WOII, waarin alles in de garage wordt geconfisceerd door de Duitsers zodat er in 1944 opnieuw moet worden begonnen.
In de periode 1940 – 1949 was het busvervoer in handen van de ATO ( Alg. Transport Onderneming, een dochter van de NS, waar ook Van Gend en Loos toe behoorde). Na veel strubbelingen over de juiste afspraken en vergunningsrechten is in 1949 besloten de ATO aanspraken te ontbinden.
Tabel met alle bus – info bij overname door de ATO ( archief Utrecht)
In 1956 werd het garagebedrijf failliet verklaard, maar de taxi- en servicediensten ( A Liefbroer ), het touringcarbedrijf , het reisburo en de autobanden ( J Liefbroer) bleven hier buiten. Het busbedrijf werd rond 1960 afgestoten en verkocht aan de busonderneming Scaldis van Vale.
Het taxibedrijf verhuisde naar de van de Rijtstraat en daar werd ook een autorijschool gestart. Deze activiteiten zijn tot in 1964 door Anna Liefbroer – Juten voortgezet. Jan Liefbroer richtte zich alleen nog op de bandenhandel, die zijn laatste werkplaats had in de Moeregrebstraat 3-5. Dit pand werd tot 1975 gehuurd van de fa. v d Kreek.